Duinpaden zijn soms een kort, puur om de hoogte van de duinovergang over te gaan. Er zijn ook lange duinpaden. Sommige paden zijn berijdbaar (auto, fiets). Op veel duinpaden mag alleen gelopen worden.

Enkele paviljoenhouders hebben aangegeven het paviljoen niet veilig en bereikbaar te vinden voor bezoekers vanwege ofwel de onderhoudstoestand ofwel de donkerte op de duinpaden.

De gemeente heeft een pilot uitgevoerd die een voorbeeld geeft van duinpadverlichting zonder lichtvervuiling. Meer informatie over de pilot is te vinden in de factsheet onderin deze pagina.

De gemeente heeft besloten in dit Donkerbeleid dat:

  • er in de Manteling geen verlichting is toegestaan
  • er buiten de Manteling licht is toegestaan op duinpaden met onderstaande voorwaarden.

Voorwaarden verlichting op duinpaden

Geen verlichting binnen de Manteling.

Voorwaarden voor verlichting langs duinpaden buiten de Manteling:

  • alleen langs een pad van een duinovergang die direct leidt naar een strandpaviljoen
  • lengte van maximaal 200 meter, verdeeld in maximaal 2 delen
  • één pad per paviljoen
  • minimaal 15 meter afstand tussen lichtbronnen
  • het licht schijnt waar het een functie heeft dus óp het pad
  • minimale uitstraling naar de omgeving:
    • er is geen/ minimaal zicht direct op de lichtbron (goed in armatuur verborgen)
    • geen zichtbaarheid van het licht van een afstand van 150 meter
    • het licht straalt naar beneden, minimaal zijwaarts en zeker niet naar boven
    • zeker in open landschap is het belangrijk de verlichting zorgvuldig te kiezen, omdat veel producten in dit segment het licht zijwaarts/naar boven uitstralen
    • de lichtpunthoogte is maximaal 0,75 meter
  • de verlichting aan één zijde aanbrengen van het pad (dus links of rechts of om en om maar niet dubbelzijdig)
  • de verlichtingssterkte is zo laag mogelijk, gemiddeld 1 lux over het verlichte deel van het duinpad (zie voetnoot 1)
  • de maximale verlichtingssterkte onder een individueel armatuur is maximaal 40 lux. Tussen individuele armaturen moet het pad donker zijn
  • de lichtkleur is amber, vanwege de aanwezigheid van vleermuizen in het kustgebied. Voor natuurbescherming kan afgeweken worden van deze kleur (zie voetnoot 2)
  • het is oriëntatieverlichting: de afstand tussen de lichtpunten is zo ruim mogelijk om het verloop van het pad te laten zien. Er is geen sprake van een gelijkmatig verlichte ondergrond. De afstand is minimaal 15 meter. Uitzonderingen kunnen plaatsen zijn waar de fysieke veiligheid in gevaar is
  • bewegingsruimte van nachtdieren zo min mogelijk doorkruisen (liever onderbroken verlichting dan een doorgaande streep licht)
  • het licht schakelt niet op een bewegingssensor, vanwege de invloed (schrikeffect) op fauna
  • licht op zijn vroegst aanschakelen bij zonsondergang en uitschakelen binnen een half uur na sluiting of sluitingstijd
  • Er is zo veel mogelijk uniformiteit in verlichting.
  • Voorkeur voor energiezuinige verlichting.

Voetnoot 1: Deze grenswaarde is gekozen omdat deze gelijk is aan grens die de NSVV stelt in haar Richtlijn Lichthinder (tabel 7.9) voor de nachtelijke verlichtingssterkte veroorzaakt door openbare verlichting op de gevel van bebouwing in natuurgebieden (Richtlijn Lichthinder tabel 7.9). Verder is gebruik gemaakt van een simulatie van een verlicht duinpad in een nationaal erkend lichtberekeningsprogramma.

Voetnoot 2: Bepaalde vleermuissoorten worden niet door amberkleur verstoord, trekvogels niet door blauw-groenlicht.

Download het Factsheet Duinpaden (216 KB)

Denk ook aan vereisten van andere partijen

De gemeente staat op sommige gebieden in principe licht toe maar de initiatiefnemer moet nog wel zelf:

  • overleggen met de eigenaar van de grond
  • soms: overleg met Waterschap over impact op kwaliteit van waterkering
  • soms: (verkennend) onderzoek natuurwetgeving in overleg met provincie.

Licht op lage paaltjes

In duin- en andere natuurgebieden is soms verlichting op lage paaltjes aangebracht. Door de lichtbron goed te verstoppen en het licht naar beneden te richten, minimaliseer je landschappelijke vervuiling. In donkere gebieden blijft ook deze bescheiden verlichting wel opvallen. Daarom wordt 150 meter afstand als eis gesteld waarop je de verlichting niet meer mag zien in het landschap.

Licht op lage paaltjes
Licht op lage plaatjes

Licht op het pad

Door de juiste (asymmetrische) verdeling van het licht, valt er zoveel mogelijk licht op het pad.

Verdeling van het licht over het grondoppervlak
Verdeling van het licht over het grondoppervlak

Lampen op duinpaden 

Lamp op duinpad
Lamp op duinpad

Documenten

Factsheet Duinpaden (216 KB)