In gesprek met Alison van de buitendienst: “Ons werk is vaak onzichtbaar”
Tussen de boomtoppen in de hoogwerker, met een kettingzaag in haar handen, of juist gehurkt tussen de planten in een perk. Je vindt Alison (34) altijd in het groen!

Ze woont samen met haar vriend en zoontje in Oost-Souburg en werkt nu vier jaar bij de buitendienst van gemeente Veere.
Haar werkgebied is regio Oost: Serooskerke, Vrouwenpolder, Veere & Gapinge. “Dat vind ik de mooiste regio. Als ik op mijn vrije dag hier rijd, kan ik zeggen: kijk, daar ben ik afgelopen week mee bezig geweest en het is helemaal netjes. Daar krijg je eer van je werk van.”
Veel meer dan schoffelen en snoeien
“Zodra je de bebouwde kom inrijdt, is het eerste blaadje dat je ziet in ons beheer”, vertelt Alison trots. Samen met haar collega’s zorgt ze ervoor dat de openbare ruimte schoon, groen en veilig blijft.
En dat betekent veel meer dan schoffelen en snoeien. De buitendienst onderhoudt ook bestrating, plaatst verkeersborden bij omleidingen en evenementen, veegt straten en bestrijdt ongedierte. “Als wij ons werk niet doen, kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan. Denk aan een heg waardoor je een bocht niet meer goed kunt zien, vuilnisbakken die overlopen en ongedierte aantrekken, of takken die uit bomen vallen.”
Van de horeca naar het groen
Dat Alison graag buiten is, zat er al vroeg in. “Mijn vader heeft altijd grote tuinen gehad en dat vond ik heerlijk. Als je buiten bezig bent, heb je geen idee van de tijd.”
Toch begon haar loopbaan ergens anders: in de horeca. Na een burn-out besloot ze het roer om te gooien. Ze startte met een online opleiding, maar miste voorkennis en praktijkervaring. Daarom koos ze voor de hoveniersopleiding bij Scalda in Goes.
Alsof het zo moest zijn, kwam ze tijdens haar werk in het restaurant iemand van gemeente Veere tegen. “Zij vroeg: waarom kom je niet bij ons werken? Toen heb ik gelijk gesolliciteerd.”
Alison is de enige vrouw in haar team. “Ik zou het mooi vinden als meer vrouwen dit werk gaan doen. Het is ontzettend leuk.”
Ook na haar opleiding bleef ze leren. “Als je net zo enthousiast bent als ik, leer je snel door het gewoon te doen. Via cursussen leerde ik bijvoorbeeld bomen vellen. En van collega’s leer ik iedere dag. De één kan heel goed zagen en de ander weet ieder plantje bij de wetenschappelijke naam te noemen.”
Geen nattevingerwerk, maar groene vingers
Die kennis is belangrijk, want achter het groen dat inwoners zien, zitten veel keuzes. “Mensen denken bij een bloemenveld soms: lekker makkelijk, gewoon wat bloemenzaad strooien en klaar. Maar zo werkt het niet. We kijken goed welke soorten hier thuishoren en goed zijn voor bijen en andere insecten.”
Op de begraafplaats in Serooskerke ligt bijvoorbeeld een groot bloemenveld dat maar één keer per jaar wordt gemaaid. “We schudden het maaisel uit, zodat de zaden op de grond vallen. Daar komen het volgende jaar weer bloemen uit. Daarna voeren we het maaisel af.” Blijft het gras liggen, dan wordt de grond te voedselrijk en krijgen soorten als brandnetels en bramen meer kans. “Dan verdwijnen andere planten juist. Dat is minder goed voor de biodiversiteit.”
Ook bij het snoeien wordt bewust gekozen wat wel en niet gebeurt. “Soms denken mensen dat we iets vergeten zijn als niet alle knotwilgen zijn gesnoeid. Maar uilen en vleermuizen gebruiken zo’n rij bomen bijvoorbeeld voor hun vliegroute. Die willen we niet zomaar verstoren.”
En dan zijn er planten die juist níét gewenst zijn. De Japanse duizendknoop bijvoorbeeld. “Als wij daar zomaar met een schop in gaan, kan de plant zich juist verder verspreiden. Elk stukje natuur heeft zijn eigen uitdagingen.”
In gesprek met bewoners
Alison vindt het daarom belangrijk om uit te leggen waarom de buitendienst bepaalde keuzes maakt. “Het gaat niet goed met de biodiversiteit in Nederland. We krijgen trainingen en cursussen over wat wij kunnen doen voor insecten en vogels. We proberen nieuwe dingen uit en kiezen zoveel mogelijk planten die hier van nature thuishoren.”
Toch krijgt de buitendienst ook regelmatig kritiek. “Als je even water drinkt, roept iemand: ‘Sta je weer niks te doen?’ Of je staat met een collega iets belangrijks te bespreken en iemand vraagt of je niet eens aan het werk moet.” Dat vindt ze jammer. “Veel van ons werk is onzichtbaar. Als alles netjes is, vergeet je makkelijk hoeveel werk daarvoor nodig is. Iedereen met een grote tuin weet hoeveel tijd onderhoud kost. Daarbij beginnen we vroeg, werken we door bij hitte en kou, en hebben we echt een passie voor ons vak.”
Ook de planning gebeurt bewust. “In Veere is op dinsdag bijvoorbeeld de historische markt. Dan zorgen we dat het daarvoor netjes is en daarna weer wordt geveegd en geblazen. De ene week zijn we meer bezig in de dorpskernen, de andere week bijvoorbeeld op de begraafplaatsen. Voor alles is een tijd. We doen echt niets om mensen in de weg te zitten, maar denken juist goed na over wanneer en hoe we iets doen.”
Het liefst de hoogte in
En wat doet Alison zelf het allerliefst? Daar hoeft ze niet lang over na te denken. “Met de hoogwerker snoeien. Dan sta je op grote hoogte met een kettingzaag. Daar zit toch wat spanning in en dat maakt het leuk.”
Veiligheid staat daarbij voorop. Het werkgebied wordt afgezet en er staat altijd een collega beneden. Toch proberen mensen soms alsnog onder de hoogwerker door te lopen. “‘Ja, maar ik moet daar zijn’, zeggen ze dan. Maar die hekken staan er niet voor niets. Je weet nooit hoe ver een stuk hout kan splinteren. Mensen zien het gevaar soms niet.”
Meer begrip voor het werk, dat zou Alison daarom mooi vinden. Niet alleen voor haar en haar collega’s, maar vooral voor wat hun werk oplevert. “Het gaat om veiligheid voor ons, maar ook om de gezondheid van planten en dieren. Het werk doet ertoe.”
Zelf hoeft ze niet lang te zoeken naar momenten waarop ze trots is. “Eigenlijk ben ik dat altijd. Als ik door de regio rijd, zie ik wat mooi is geworden en wat nog moet gebeuren. We zijn al jaren de schoonste gemeente van Nederland. Dat zegt toch ook wat? Daar mogen we trots op zijn.”
