Herdenkingstoespraak bevrijding Westkapelle

Op 1 november herdachten we de bevrijding van Westkapelle. Burgemeester Frederiek Schouwenaar hield haar herdenkingstoespraak.

Engels

Ladies and gentlemen, welcome to Westkapelle. A special welcome to the distinguished guests, ambassadors and other representatives of South Africa, Belgium, Canada, France, Norway and the United Kingdom, and to the representatives of the Netherlands. Welcome also to the representatives of the province and local government. Your presence means a great deal to us and reflects the lasting bonds between our nations. A special welcome to the commandos and former commandos with us today. We are honoured to have you here, as we remember the courage and sacrifice of those who served before you. A warm welcome also to the veterans, representatives of the armed forces, and military and veterans’ associations. A special welcome to the families and descendants of the servicemen who fought here, and of the residents who lost their lives. For you, remembrance is deeply personal. These are the stories of people you loved, or came to know through the memories of others. We are honoured that you are here to remember them with us. To the children and young people with us today, to the people of Westkapelle and Walcheren, and to all who feel connected to this place and its history: we are grateful that you are here.

Today, we gather to commemorate the liberation of Westkapelle and to remember all those who lost their lives. A liberation inseparable from the bombing of the sea wall and the inundation of Walcheren. On 3 October 1944, 157 residents of Westkapelle lost their lives in the bombing. On 1 November, 172 crew members of the Allied landing craft lost their lives here. Behind each of those numbers is a person. And behind each person are those who had to live on without them. Family. Friends. Children. People like you and me.

One of those men was Athol Ambrose Cornell Harman. He was a sub-lieutenant in the Royal Navy, just 26 years old. At home, his wife was awaiting the birth of their first child. On 1 November 1944, after their vessel sustained a direct hit, Athol and his men fought to keep it afloat. They managed to stabilise it. Then a hit to the ammunition magazine sank the vessel. Athol lost his life. Four days later, his child was born. It is that detail that stays with me. A child with an entire lifetime ahead. A father who would never share a single day of that life. Holding his child for the first time. Hearing laughter. Watching those first steps. Discovering who the child took after. None of it was ever to be. Salo Weich, too, had a life still to live. Salo was a Jewish man from Vienna who had fled to England. There, he became a corporal in the commandos, serving under the name Robert Geoffrey Hamilton. On 1 November 1944, his landing craft struck a mine here. He was killed instantly. He was 28 years old. Salo and Athol. Two young men, each with his own history. Their lives ended here, in the struggle for our freedom.

We can only imagine the years these two young men might have had. The same is true of the residents of Westkapelle who died in the bombing. People who were expected somewhere. At the table. At home. With their families. Liberation brought freedom. But it did not bring back those whose absence was felt. After the war, life had to continue. The sea wall had to be repaired. Homes had to be rebuilt. The land had to be reclaimed. But how do you rebuild a life when someone is missing? Some spoke of what they had endured. Others remained silent. That silence, too, became part of their families’ histories. That is why we tell their stories: to remember who they were, and what their loss meant.

“Is love alive?” That question from Winter Song, by Sara Bareilles and Ingrid Michaelson, stays with me as I try to imagine these men. Among the commandos who landed here were men who had already survived Normandy. They knew what might happen when the ramp of a landing craft came down. And now they faced it once again. Imagine it: you have survived. You long for home. For the people waiting for you. And you step aboard once more. How much must freedom mean to you to do that? How profoundly must you love life to risk your own for people whose names you do not even know? I cannot know what each of them was thinking. But in their actions, I see a love I can scarcely comprehend: to hold life so dear, and yet be willing to risk it, because others have an equal right to live. Athol was 26. He was about to become a father. He had a future to return to. And yet he came here.

In the same song, we hear: “’Cause you’re not where you belong. Inside my arms.” Four days after Athol’s death, his child was born. A new life began, without him there to share it. We stand here in the freedom for which he put his own future at risk. The years we have been given are years he was never able to live. “Is love alive?” Athol, you never held your child. We cannot give you the years you lost, or bring you home to those who waited. But here, today, we hold you in our arms. You, and all those who never returned. We honour your memory through the way we live the freedom you helped to secure. By caring for one another. By standing beside those who need us. And by protecting that freedom for the children who come after us. As we leave this place, may those who grieve find comfort. May those facing difficult days find strength. And may everyone who needs love find someone willing to offer it. Thank you.
 

Nederlands

Dames en heren, welkom in Westkapelle. Een speciaal welkom aan de geachte gasten, ambassadeurs en andere vertegenwoordigers van Zuid-Afrika, België, Canada, Frankrijk, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk, en aan de vertegenwoordigers van Nederland. Ook welkom aan de vertegenwoordigers van de provincie en het lokale bestuur. Uw aanwezigheid betekent veel voor ons en weerspiegelt de blijvende banden tussen onze landen. Een speciaal welkom aan de commando’s en oud-commando’s die vandaag aanwezig zijn. Het is voor ons een eer u hier te mogen ontvangen, terwijl wij de moed en het offer herdenken van allen die u voorgingen. Ook een warm welkom aan de veteranen, vertegenwoordigers van de krijgsmacht, en militaire- en veteranenorganisaties. Een speciaal welkom aan de families en nakomelingen van de militairen die hier hebben gevochten, en van de inwoners die hun leven hebben verloren. Voor u is herdenken heel persoonlijk. Dit zijn de verhalen van mensen van wie u hield, of die u hebt leren kennen door de herinneringen van anderen. Het is voor ons een eer dat u hier bent om hen samen met ons te gedenken. Aan de kinderen en jongeren die hier vandaag zijn, aan de inwoners van Westkapelle en Walcheren, en aan allen die zich verbonden voelen met deze plaats en haar geschiedenis: wij zijn dankbaar dat u hier bent.

Vandaag komen we samen om de bevrijding van Westkapelle te herdenken en om stil te staan bij allen die hun leven verloren. Een bevrijding die onlosmakelijk verbonden is met het bombardement op de zeewering en de onderwaterzetting van Walcheren. Op 3 oktober 1944 verloren 157 inwoners van Westkapelle hun leven bij het bombardement. Op 1 november kwamen hier 172 bemanningsleden van de geallieerde landingsvaartuigen om het leven. Achter elk van deze getallen schuilt een mens. En achter elk mens zijn zij die zonder hen verder moesten leven. Familie. Vrienden. Kinderen. Mensen zoals u en ik.

Een van deze mannen was Athol Ambrose Cornell Harman. Hij was onderluitenant bij de Royal Navy, slechts 26 jaar oud. Thuis wachtte zijn vrouw op de geboorte van hun eerste kind. Op 1 november 1944, nadat hun schip een voltreffer had gekregen, streden Athol en zijn mannen om het schip drijvende te houden. Het lukte hen om het te stabiliseren. Toen zorgde een treffer op het munitiedepot ervoor dat het schip zonk. Athol verloor zijn leven. Vier dagen later werd zijn kind geboren. Dat detail blijft bij mij hangen. Een kind met nog een heel leven voor zich. Een vader die geen enkele dag van dat leven zou delen. Zijn kind voor het eerst vasthouden. Gelach horen. Die eerste stapjes zien. Ontdekken op wie het kind lijkt. Niets daarvan zou ooit gebeuren.

Salo Weich had ook nog een leven voor zich. Salo was een Joodse man uit Wenen die gevlucht was naar Engeland. Daar werd hij korporaal bij de commando’s, onder de naam Robert Geoffrey Hamilton. Op 1 november 1944 raakte zijn landingsvaartuig hier een mijn. Hij kwam meteen om het leven. Hij was 28 jaar oud. Salo en Athol. Twee jonge mannen, ieder met een eigen verhaal. Hun levens eindigden hier, in de strijd voor onze vrijheid.

We kunnen slechts proberen ons voor te stellen welke jaren deze twee jonge mannen nog hadden kunnen hebben. Hetzelfde geldt voor de inwoners van Westkapelle die stierven tijdens het bombardement. Mensen die ergens werden verwacht. Aan tafel. Thuis. Bij hun gezin. De bevrijding bracht vrijheid. Maar zij bracht niet degenen terug wiens afwezigheid werd gevoeld. Na de oorlog moest het leven weer verder. De zeewering moest worden hersteld. Huizen moesten opnieuw worden opgebouwd. Het land moest terug worden gewonnen. Maar hoe bouw je een leven weer op als iemand ontbreekt? Sommigen spraken over wat ze hadden meegemaakt. Anderen bleven stil. Ook die stilte werd onderdeel van de familiegeschiedenis. Daarom vertellen we hun verhalen: om te herinneren wie zij waren en wat hun verlies betekende.

“Is love alive?” Die vraag uit het lied Winter Song van Sara Bareilles en Ingrid Michaelson blijft bij me, als ik probeer me deze mannen voor te stellen. Onder de commando’s die hier landden, waren mannen die Normandië al hadden overleefd. Zij wisten wat hen te wachten stond wanneer de klep van een landingsvaartuig openging. En nu stonden ze er weer. Stel je voor: je hebt het overleefd. Je verlangt naar huis. Naar de mensen die op je wachten. En je stapt toch weer aan boord. Hoeveel moet vrijheid voor jou betekenen om dat te doen? Hoe intens moet je van het leven houden om je eigen leven te riskeren voor mensen van wie je de namen niet eens kent? Ik kan niet weten wat ieder van hen dacht. Maar in hun daden zie ik een liefde die ik nauwelijks kan bevatten: het leven zo dierbaar achten, en toch bereid zijn het te riskeren, omdat anderen evenveel recht op leven hebben. Athol was 26. Hij stond op het punt vader te worden. Hij had een toekomst om naar terug te keren. En toch kwam hij hier.

In hetzelfde lied klinkt: “’Cause you’re not where you belong. Inside my arms.” Vier dagen na Athols dood werd zijn kind geboren. Een nieuw leven begon, zonder hem erbij om het te delen. Wij staan hier in de vrijheid waarvoor hij zijn eigen toekomst op het spel zette. De jaren die wij gekregen hebben, zijn de jaren die hij nooit heeft mogen leven. “Is love alive?” Athol, jij hebt je kind nooit vast kunnen houden. Wij kunnen je de jaren die je hebt verloren niet teruggeven, of je thuisbrengen bij hen die op je wachtten. Maar hier, vandaag, houden wij jou in onze armen. Jou, en allen die nooit zijn teruggekeerd. Wij eren jullie nagedachtenis door te leven in de vrijheid die jullie mogelijk maakten. Door voor elkaar te zorgen. Door naast hen te staan die ons nodig hebben. En door die vrijheid te beschermen voor de kinderen die na ons komen. Moge, als wij deze plaats verlaten, zij die rouwen troost vinden. Moge zij die moeilijke dagen tegemoet gaan kracht vinden. En moge iedereen die liefde nodig heeft iemand vinden die bereid is het te geven.

Dank u wel.