Veere en het Oranjehuis
Veere en Oranje
De gemeente Veere en het Oranjehuis hebben een lange en opmerkelijke gemeenschappelijke geschiedenis. Deze begint in de zestiende eeuw toen Willem van Oranje delen van het markizaat van Veere verwierf. In de daaropvolgende eeuwen speelden Oranjegezinde inwoners van de steden en dorpen die nu tot de gemeente Veere behoren een belangrijke rol waar het ging om behoud van de rechten en aanzien van het Huis van Oranje-Nassau. Zelfs aan het Oranjehuis verbonden symbolen als het volkslied en de nationale vlag blijken een bijzondere Veerse klank en kleur te hebben.
De Oranjes als heren van Westkapelle, Domburg en Veere en de verwerving van het markizaat door Willem van Oranje.
In 1555 verhief keizer Karel V alle goederen en rechten, die Maximiliaan van Bourgondië op Walcheren bezat tot een markizaat en beleende hem met dit markizaat. Voor de nieuwe markies leverde het geen materiele voordelen op. Toen hij in 1558 overleed waren zijn bezittingen met grote schulden belast. Bij de openbare verkoop in 1567 was Willem van Oranje een van de gegadigden om het markizaat te verwerven en zo zijn positie op Walcheren te versterken. Filips II besloot echter Veere en Vlissingen als graaf van Zeeland zelf te kopen. Voor Willem schoot alleen de heerlijkheid Westkapelle over. Met deze verkoop werd Westkapelle uit het verband van het markizaat losgemaakt. Willem van Oranje, droeg de stad en heerlijkheid Westkapelle over aan zijn oudste zoon Philips Willem. Na de dood van Philips Willem in 1618 ging Westkapelle over in handen van diens broer prins Maurits. In 1625, het jaar van het overlijden van Maurits, gingen stad en heerlijkheid Westkapelle over naar Frederik Hendrik. In februari 1648 werd Westkapelle (samen met Domburg) aan Middelburg verkocht.
De bedoelingen van Filips II met het markizaat bleven onduidelijk en aflossingen van het aankoopbedrag kwamen moeizaam vrij. In mei 1572 schaarde de stad Veere zich achter de Opstand. In 1581 wist Willem de belangrijkste delen van het markizaat alsnog te verwerven. Dit waren onder meer Veere en de heerlijk¬heid Domburg. De stad Veere had sinds 1574 ook zitting in de Staten van Zeeland: dat recht was in maart 1574 door Oranje zelf ge¬gund.
Op 18 augustus 1581 werd Willem van Oranje voor het stadhuis van Veere ingehuldigd als markies. Bij deze gelegenheid werden zilveren munten vanaf het bordes naar de omstanders geworpen. Deze gedenkpenning droeg als afbeelding aan de voorzijde het stadswapen en dat van Nassau met een snoer samengebonden met het omschrift ‘Nodus Indissolubilis’(een onlosmakelijke band), die de band van de Prins met Veere verwoordde. Zo was het markizaat toegevoegd aan Oranjes niet te vererven privé-bezit. In de Staten van Zeeland maakte Willem op grond van de titel markies van Veere aanspraak op de functie van Eerste Edele. Dit werd hem ook toegestaan. Na de moord op prins Willem van Oranje in 1584 werd zijn erfenis verdeeld onder zijn kinderen. Prins Maurits kreeg Veere en liet zich 'markies van Veere' noemen. Op 20 november 1588 werd hij in die kwaliteit ingehuldigd. Ook toen werd er gestrooid met gedenkpenningen. Zijn opvolgers de prinsen Frederik Hendrik, Willem II en Willem III, werden achtereenvolgens met het markizaat beleend. Een uitzondering hierop vormt Domburg, dat deel uitmaakte van het domein Veere. Het werd met Westkapelle op 12 februari 1648 aan Middelburg verkocht. Hiertoe behoorden ook het duingebied tussen Domburg en Oostkapelle. Na de dood van koning-stadhouder Willem III, die kinderloos gestorven was, werden de Staten-Generaal als executeurs-testamentair aangewezen. Prins Willem III had namelijk zijn achterneef, de Friese stadhouder Johan Willem Friso als universeel erfgenaam benoemd. Zijn zoon, Willem IV werd pas in 1751 als markies ingehuldigd. In 1766 vond de laatste inhuldiging van Willem V als markies plaats. Tot op de dag van vandaag wordt de titel in ere gehouden. Het behoort tot de hogere adellijke titels en komt vooraan in de titulatuur van koningin Beatrix, de huidige markiezin. Het begint met ‘Beatrix Bij de Gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld, Markiezin van Veere’.
Rol van Veere bij opstanden ten gunste van het Oranjehuis.
Veere was vanaf het eerste uur betrokken bij de Opstand tegen Spanje. In de eerste onzekere jaren was de stad een van de weinige vaste steunpunten voor de Prins. Regelmatig verbleef hij voor langere tijd binnen de muren. Soms was hij aanwezig bij het monsteren van troepen of overleg met het stadsbestuur of waren er bijzondere gelegenheden. Op 21 juni 1575 werden Willem en zijn nieuwe vrouw Charlotte de Bourbon door het Veerse stadsbestuur getrakteerd op een overvloedige maaltijd in de stadsherberg de Campveerse Toren. Op 22 januari 1577 werd Willem in Veere bezocht door vertegenwoordigers van de stad Haarlem om met hem te onderhandelen over het toestaan van twee confessies binnen de stad. Dankzij dit zogenaamde Akkoord van Veere, een verdrag dat de stadsregering van Haarlem met de Prins van Oranje had gesloten heerste in Haarlem tussen 1577 en 1581 een godsdienstvrede.
In tijden dat de trouw aan het Oranjehuis wankelde, namen inwoners van Aagtekerke, Meliskerke, Veere en Westkapelle het initiatief om in opstand te komen. Na een volksbeweging onder de Veerse burgerij werd in 1747 Willem IV in zijn rechten hersteld. Inwoners van Westkapelle, Meliskerke en Aagtekerke stonden aan het eind van 18de eeuw bekend als vurige Oranjeklanten. Enkele van hen werden in de Franse tijd hiervoor veroordeeld en belanden in de Middelburgse gevangenis.
Herinneringen aan de Oranjes
De relatie tussen het Oranjehuis en de gemeente Veere is door de eeuwen heen gekoesterd. Vrijwel alle Oranjestadhouders en -vorsten hebben ooit een bezoek gebracht aan de steden Domburg, Veere en Westkapelle of verbleven op buitenplaatsen in de buurt van Oostkapelle.
In 1772, 1872,1922 en 1972 werd het begin van de Opstand in Veere gevierd en herdacht. Het ontstaan van het markizaat was reden voor feestelijkheden in 1955, 1981 en 2005.
Gebouwen in Veere die een relatie met de Oranje zijn het stadhuis, waar de inhuldigingen plaatvonden en de Campveerse Toren, waar in 1575 het hiervoor genoemde huwelijksmaal werd genuttigd. Het duingebied Oranjezon, tussen Vrouwenpolder en Oostkapelle, herinnert aan het jachtdomein van de prinsen van Oranje. Hierin ligt de in 1726 gebouwde boerderij met dezelfde naam. In het begin van de 19de eeuw kwam het gemeentebestuur van Oostkapelle bijeen in de herberg ‘Het Prinsewapen’. Dat er na het vergaderen ook meer te doen viel leerde het uithangbord waarop te lezen stond: “In het prinsewapen alhier tapt men voor ieder wijn en bier”. In Westkapelle kwamen in 1787 aanhangers van het Oranjehuis samen in herberg ‘De Oranjeboom’. Een straatnaam als Koning Emmaweg of de Beatrixbrug zijn herinneringen aan vorstelijke bezoeken in 1894 en 1981 aan de gemeente Veere.
Zilveren strooipenning van prins Maurits uit 1588. De achterzijde toont de wapenschilden van de prins en van de stad Veere met de tekst: Nodus indissolubilis (een onlosmakelijke band)Dit symboliseert de hechte band tussen het Huis van Oranje en Veere (Zeeuws Archief, collectie gemeente Veere).
De gemeente heeft in haar verzameling bijzondere voorwerpen die herinneren aan de eeuwenlange band. In de munten en penningen bevinden zich de strooipenningen die uitgedeeld werden bij de inhuldigingen in 1588 en 1751. Ook in de schilderijencollectie bevinden zich unieke stukken die verwijzen naar de relatie. Kort na de moord op de markies in 1584 werd door de Veerenaren een gedenkteken in de vorm van een rouwbord opgericht. Dit bijzondere paneel is onderdeel van de door het Zeeuws Archief beheerde verzamelingen van de gemeente Veere. Het blijkt het eerste nog bestaande monument voor de ‘Vader des Vaderlands’ te zijn. Een bezoek door de markiezin of markies aan het Veerse markizaat wordt beklonken met een eredronk uit de beker van Maximiliaan.
Vlag en volklied met een vleugje Veere
Onze nationale driekleur en ons volkslied zijn nauw verbonden met het Oranjehuis. Bij het ontstaan en de ontwikkeling van deze nationale symbolen hebben Veerenaren een rol gespeeld.
Wat betreft het Wilhelmus wordt de tekst toegeschreven aan de Walcherse edelman Filips van Marnix van Sint Aldegonde. Hij zou het hebben geschreven op de melodie van een spotliedje uit 1568. In 1626 werd het door de dichtende Veerse schepen en notaris Adriaen Valerius van klankbuigingen voorzien en genoteerd in de “Nederlandsche Gedenck-Clanck”. Zeer waarschijnlijk heeft het lied van Willem van Nassau, op de melodie zoals deze thans wordt gespeeld en gezongen, voor het eerst geklonken in het Veerse stadhuis. Hier hielden in het begin van de 17de eeuw Valerius en zijn poëtische vrienden hun bijeenkomsten.
Op 28 augustus 1894 werd door de koninginnen Emma en Wilhelmina een bezoek gebracht aan Domburg. Een deel van de weg tussen Vrouwenpolder en Oostkapelle waarover de route liep werd bij deze gelegenheid omgedoopt in Koningin Emmaweg (Zeeuws Archief)
De oorsprong van de Nederlandse vlag stamt uit de zestiende eeuw. De vroegst gedocumenteerde versie van een oranje-wit-blauwe vlag dateert uit 1572. Met deze zogenaamde ‘prinsenvlag’ onderscheidde schepen uit het opstandige Veere zich van de vijandelijke Spaansgezinde schepen. De eerste keer dat gekozen werd voor een rood-wit-blauwe vlag was in 1630. In dat jaar bestelde de Veerse equipagemeester, die voor de uitrusting van oorlogsschepen verantwoordelijk was, rood, wit en blauw doek voor een prinsenvlag: de huidige Nederlandse driekleur was ontstaan.
Veere Oranjegemeente.
Door de rijke geschiedenis van de gemeente Veere loopt de band met het Oranjehuis als een rode draad. Oranjeliefde lijkt haast een aangeboren Veerse eigenschap te zijn. Vrijwel kritiekloos schaarde men zich achter het Huis van Oranje-Nassau. Voor een gebied dat na de zeventiende eeuw buiten het gezichtveld van de in Den Haag residerende heren lag was het belangrijk een goede band met de eigen heren te hebben. Dit kon een rol spelen waar handelsbelangen in het geding kwamen. Veerse kooplieden en regenten hebben in de loop der eeuwen de ‘onlosmakelijke band’ graag aangehaald om Veere op de kaart te houden.
zie ook
Gemeentehuis Veere
Postbus 1000
4357 ZV Domburg
Bezoekadres:
Traverse 1
4357 ET Domburg
Tel: (0118)555444
Fax: (0118)555433
gemeente@veere.nl
